Pedagogische visie
De 4 pedagogische basisdoelen
Emotionele veiligheid, persoonlijke competentie, sociale competentie en waarden & normen — de vier pijlers waarop mijn dagelijkse aanpak rust.
1
Emotionele veiligheid
Mijn binnen- en buitenruimte hebben allemaal verschillende speelplekken voor allerlei verschillende activiteiten.
Eigen speelplekken
Binnen een aparte plek voor het keukentje, een open speelkast met speelgoedbakken, en een kast in een andere ruimte voor knutselspullen, spelletjes en puzzels — daar moeten de kinderen om vragen. Bij de tuindeuren staat een box op wielen die bij mooi weer ook mee naar buiten gaat.
Buiten spelen
Een speelhuisje, glijbaan, een wip voor 3 kinderen, fietsjes, autootjes, loopfietsjes en een mand vol blokken. Daarnaast een buitenkeukentje en, in de zomer, een watertafel — waar ze met hartenlust mee kunnen spelen. Een parasol en partytent zorgen voor schaduw, en ik smeer de kinderen in met zonnebrand.
Rustig wennen
Nieuwe kindjes stel ik voor aan mezelf en aan elkaar. Ik dring me niet op, maar laat het kindje op zijn eigen manier de omgeving verkennen — spelenderwijs leert het zo de regels en waar het speelgoed hoort.
Structuur & vieren
Door alles uit te leggen breng ik structuur en duidelijkheid, waardoor kinderen zich veilig voelen. Voor feestdagen knutselen we extra, en verjaardagen worden gevierd met een muts, een cadeautje, zingen en trakteren.
Ouders op de hoogte
Tot het eerste levensjaar houd ik, als de ouders dit willen, een heen-en-weer schriftje bij. Daarnaast houd ik ouders op de hoogte via WhatsApp en stuur regelmatig foto's.
2
Persoonlijke competentie
Ik kijk heel goed naar wat kinderen willen en op welk niveau ze zitten, zodat ik ze precies genoeg kan uitdagen — zonder ooit hun zelfvertrouwen te laten verliezen.
Keuzes & grenzen
Ik kijk goed naar wat de kinderen willen, geef ze keuzes en houd ze daar — afhankelijk van de leeftijd — ook aan.
Passend uitdagen
Ik houd interesses en niveau bij en ga een stapje verder zodra iets onder de knie is — nooit te grote stappen.
Positief benoemen
Ik geef veel complimentjes en benoem wat ik goed vind — daar groeit hun zelfvertrouwen enorm van.
Steun waar nodig
Lukt iets niet, dan help ik of geef een duwtje in de juiste richting. Huilen mag altijd; ik troost en moedig aan om door te zetten. Proberen is leren.
Positief taalgebruik
In plaats van "dat mag niet" zeg ik liever "dat is niet zo slim, omdat..." — zo voelen kinderen zich niet aangevallen.
Zindelijkheidstraining
Met kaartjes en stickers — en een plasdiploma zodra het zelf lukt.
Wisselend speelgoed & activiteiten
Ik wissel regelmatig speelgoed en activiteiten af, zodat het interessant en uitdagend blijft.
Extra hulp waar nodig
Loopt een kindje voor of achter, dan bied ik 1-op-1 extra activiteiten aan — in goed overleg met de ouders.
Van elkaar leren
Kleintjes kijken de groten af, en groten leren geduld en zorgzaamheid — en groeien zelf in zelfvertrouwen.
3
Sociale competentie
Doordat de groep hoofdzakelijk uit 0- tot 4-jarigen bestaat, is er altijd wel een paar kinderen van dezelfde leeftijd om mee samen te spelen.
Samen spelen stimuleren
Verschillende soorten speelgoed, hoekjes en activiteiten nodigen uit tot samenspelen — bouwen, koken, met poppen spelen, schommelen.
Ook alleen mag
Soms willen kinderen ook even iets alleen doen — en dat is ook helemaal prima.
Meetrekken
Weet een kindje nog niet goed hoe het moet samenspelen, dan help ik het mee te doen — zien spelen doet vaak spelen.
Op je beurt wachten
Door samen spelletjes te doen leren kinderen op hun beurt wachten, en elkaar te helpen als iets nog lastig is.
Rekening houden met elkaar
Grote kinderen leren dat kleintjes nog niet altijd snappen dat ze van het spel af moeten blijven. Door het uit te leggen begrijpen ze het wel.
Communiceren & luisteren
Veel praten, écht naar elkaar luisteren en uitleggen waarom iets wel of niet mag — zo leren kinderen elkaar respecteren.
Omgaan met emoties
Door emoties te benoemen, en daar activiteiten op aan te sluiten, leren kinderen hoe ze daar in het dagelijks leven mee om kunnen gaan.
4
Waarden & normen
Ik vind het erg belangrijk dat kinderen met respect omgaan met elkaar, met volwassenen, met dieren en planten, en met spullen.
Duidelijke huisregels
Lief zijn voor elkaar, niet afpakken, gooien of schelden, ergens om vragen, elkaar bij de naam noemen, niet met schoenen op de bank.
Sorry na een conflict
Is er een conflict geweest, dan wordt er sorry gezegd tegen elkaar.
Twee waarschuwingen
Bij de derde keer gaan ze even bij de kast zitten om na te denken. Daarna praat ik met het kind over wat er misging.
Altijd uitleg
Waarom iets niet mag, leg ik altijd uit — zodat kinderen begrijpen dat iets gevaarlijk of vervelend kan aflopen.
Positief stimuleren
Daar leren kinderen veel meer van dan van mopperen en straffen — praten, boekjes lezen, spelletjes en uitleg.
Het goede voorbeeld
Alstublieft, dank je wel, gezondheid en sorry zeggen — doordat ik het zelf voordoe, nemen kinderen dit vanzelf over.
Consequent & contextbewust
Ergens anders gelden weer andere regels — dat leg ik altijd uit. Door consequent te zijn leren kinderen snel welke regels waar gelden.
Vragen over onze aanpak?
Praat er gerust over mee
Tijdens het intakegesprek of gewoon bij het halen en brengen — ik leg altijd graag uit waarom ik iets op een bepaalde manier doe.